Thema Ik & wij
De verschillende aspecten van de Nederlandse identiteit
De Maand van de Geschiedenis is een jaarlijks terugkerend landelijk evenement. In oktober organiseren honderden musea, archieven en andere culturele instellingen speciale tentoonstellingen en activiteiten rond een wisselend thema. In 2011 is dat Ik en wij, over de verschillende aspecten van de Nederlandse identiteit.
Nederlanders voelen zich wisselend verbonden met stad, dorp, streek, familie, sportclub, geloofsgenoten, sociale gemeenschappen en met hun land afhankelijk van de situatie waar ze zich in bevinden. Friezen spreken Fries met elkaar, maar Nederlands met hun landgenoten. Ajax-fans dragen met trots het roodwitte clubshirt bij een wedstrijd tegen Feyenoord, maar trekken net zo gemakkelijk een oranje shirt aan tijdens het WK voetbal. De laatste decennia breekt er bij gelegenheid zelfs een ware ‘Oranjekoorts’ uit die door het hele land trekt. Friezen, Hollanders, Brabanders, Rotterdammers en Limburgers zijn dan Nederlanders.
Identiteit en nationaliteit
Nederlanders hebben verschillende identiteiten en de Nederlandse is daar één van. Het sterke bewustzijn van die mengeling van identiteiten zou wel eens veroorzaakt kunnen zijn door het ontbreken van een sterk centraal gezag. De macht is in ons land tot het einde van de achttiende eeuw verdeeld over gewesten en steden.
Hoe het ook zij, er is een Nederland en er zijn ook Nederlanders. Maar die Nederlandse identiteit en het Nederlanderschap zijn niet zo 1-2-3 te bepalen. En zeker niet eenduidig te definiëren. Daarvoor moeten we een aantal vragen stellen en, als het ons lukt, beantwoorden. Wie waren bijvoorbeeld onze voorouders en wie bewoonden het Nederlandse grondgebied? Waar ligt dat grondgebied precies? En stammen we werkelijk af van de Bataven of zijn we eigenlijk allemaal Friezen?
Nederland immigratieland
Nederland staat te boek als een immigratieland. Maar wat betekent dat? Welke invloed hebben immigranten op de Nederlandse cultuur, rituelen, gebruiken en wetgeving? Franse hugenoten, Sefardische Joden, Duitsers, Italianen, Turken, Marokkanen, Chinezen, Polen en vele anderen komen naar Nederland om te werken of vinden hier een veilige haven. Vooral tijdens de gouden eeuw is het aantal immigranten enorm. En wanneer er na de Tweede Wereldoorlog een einde komt aan ons koloniale rijk repatriëren duizenden Indische en Surinaamse Nederlanders, al snel gevolgd door gastarbeiders uit de mediterrane landen met hun families. In de tweede helft van de twintigste eeuw is Nederland een kleurrijke pluriforme, ‘multiculturele’ samenleving. Het levert stof op voor stevige discussies over inburgering, tolerantie en nationale identiteit.
Nationale eenheid
In de negentiende eeuw propageren de regering en politici een nationale eenheid. Het algemeen Nederlands wordt ingevoerd als nationale taal. We zingen in het Nederlands van de ‘Blanke top der duinen’ en later van ‘Vijftien miljoen mensen op dat hele kleine stukje aarde’. Op school leren alle Nederlanders hun gemeenschappelijke verleden kennen tijdens de geschiedenislessen. Nationale helden, gebeurtenissen en mythes komen tot leven in verhalen en afbeeldingen. Evenals de burgerlijke deugden van properheid, spaarzaamheid en soberheid die tot op de dag van vandaag terug te vinden zijn in onze zelfbeelden van handelaren, calvinisten en polderaars. Ligt hierin de Nederlandse identiteit besloten? Of zijn het ‘typisch’ Nederlandse symbolen en rituelen zoals de nationale vlag, het Sinterklaasfeest, de Nederlandse leeuw, Delfts aardewerk, de grachtenhuizen, de bollenvelden, de windmolens, de wolkenluchten, de dijken en de polders die ons vooral het gevoel geven Nederlanders te zijn? De Nederlandse identiteit is dynamisch en gelaagd net als Nederland en de Nederlanders.
Bijdragen
Reacties
Jasper
Elisabeth